rouwfasen

De vijf fasen van rouw volgens

Dr. Elisabeth Kübler-Ross

Indien mensen met verlies, op welke manier dan ook,  geconfronteerd worden, zijn er diverse fasen te herkennen, die men doorloopt bij de verwerking.
Genoemde fasen zullen niet altijd in deze volgorde doorlopen worden en ze vragen zeker niet allemaal dezelfde tijd. Bij iedereen verloopt het proces weer anders; sommige mensen slaan fasen over en anderen blijven lang in één fase hangen. Verlieservaringen uit het verleden bepalen mede hoe iemand nu omgaat met rouw.  Een veilige plek is nodig om gevoelens te kunnen uiten. Het is daarbij belangrijk dat iemand niet alleen gelaten wordt, dat ‘wij’ het uithouden en erbij of in de buurt blijven. Respect voor het proces is nodig. Iemand kan niet op commando een fase doorleven of afsluiten. Bewustzijn van dit proces helpt wel om te (h)erkennen en er geduld mee te hebben.

1.
Ontkenning: men wil/kan het gebeurde niet accepteren, ‘het is niet waar’. De ontkenning werkt als een (tijdelijk) afweermechanisme, maar ook als bescherming na een onverwacht schokkend bericht en geeft de rouwende gelegenheid weer tot zichzelf te komen en een manier te vinden om er mee om te gaan. In deze fase is er ook de hoop, die mensen de kracht geeft om door te gaan en als het ware het gebeurde ongedaan te maken.
2. Woede: als de waarheid tot iemand is doorgedrongen, dan ontstaat er vaak boosheid. Deze woede kan zich richten op van alles: de artsen of verpleegsters, God, zichzelf, het eigen lichaam, familieleden, enz. In deze periode is het vaak moeilijk iemand te benaderen, hij jaagt iedereen bij zich vandaan. Op de bodem van de woede ligt vaak het verdriet.
3. Marchanderen: men gaat proberen met God, het Lot of het eigen lichaam te onderhandelen, het op een akkoordje te gooien. Men belooft het één te doen als er iets anders tegenover staat, men zegt bijv. ‘Ik ga nu heel gezond eten, dan zal ik vast weer beter worden’ of ‘Als ik vanaf nu heel aardig ben voor iedereen, dan kan ik vast mijn kinderen nog wel zien opgroeien’. Ook hier is veelal de hoop (op herstel) een grote drijfveer.
4. Verdriet/Depressie: in dit stadium kan men de rouwende soms bijna niet bereiken, hij zit diep in zijn verdriet en niets kan hem eruit halen. Men is bezig het verlies dat men geleden heeft te verwerken, waarbij verliezen uit het verleden ook weer aangeraakt worden. Men kan behoefte hebben aan het steeds weer uiten van het verdriet. Huilen is nodig om verdriet te uiten. Tranen zijn het smeltwater van de ziel. De mate van het verdriet zegt iets over het verloren geluk. Spijt van wat niet gedaan of gezegd is, speelt vaak een rol. Op de bodem van het verdriet ligt vaak woede. Onderdrukte woede is vaak de oorzaak voor een ernstiger depressie.
5. Aanvaarding: als iemand voldoende tijd en vaak ook enige hulp heeft gehad om door de genoemde stadia te gaan, dan kan hij bij deze laatste fase komen, de acceptatie van zijn lot. Er komt berusting en men kan onthechten, loslaten. Loslaten is niet hetzelfde als vergeten.

“Een mens is pas klaar om stervenshulp te geven als hij zijn eigen tranen uitgehuild en zijn eigen woede uitgeraasd heeft.”


Elisabeth Kübler-Ross