overlijden

Overlijden is een ingrijpend proces dat erg verwarrend kan zijn omdat er zoveel tegelijk gebeurt.
Dat kan angst oproepen. Zonder voorbereiding kan de stervende zo verstoord raken dat niets meer tot hem doordringt en een onrustige begeleider kan de geest van de patiënt schaden. Kennis van de stervensfasen kan helpen om het sterven beter te begrijpen.
Tijdens het leven zijn lichaam en geest met elkaar verbonden door grove en subtiele energieën zoals de zintuigen en verschillende vormen van denken. Bij het sterven houden eerst de grove en dan de subtiele energieën op met functioneren. Als tot slot de ‘allersubtielste’ energie het lichaam verlaat is de persoon gestorven.
Iedere fase heeft zijn eigen kenmerken. Voor de begeleider is de eerste fase heel belangrijk omdat dan het oorzintuig nog functioneert en de patiënt nog kan horen wat er tegen hem wordt gezegd. Boeddhisten willen graag dat iemands laatste gedachten positief zijn omdat dit een vredig sterven bevordert. In deze fase kan een begeleider hierop nog enige invloed uitoefenen.
In de vierde fase stoppen de adem en de hartslag. Volgens westerse begrippen is iemand nu overleden maar volgens het boeddhisme is er dan nog bewustzijn in het hartchakra en moet het subtiele sterven nog worden volbracht. De volgende vier fasen kunnen zich binnen enkele seconden voltrekken maar het kan ook gebeuren dat iemand nog drie dagen in de achtste fase, het heldere licht van de dood, verblijft. Als dit gebeurt blijft het gebied rond de hartstreek warm.